De thuisblijvers zeiden wel eens dat het een vlucht was, je terugtrekken uit het
echte en belangrijke leven en ergens anders op een goedkoop plekje in de zon gaan
zitten, zonder verantwoordelijkheid of zorgen. Zulke dingen zeiden ze van
kloosterlingen en kluizenaars ook. Wie dit zeiden, zagen iets over het hoofd. Als je
niet meer dagelijks betrokken bent bij het wereldgebeuren en niet langer dringt om
een plaats op de voorste rijen, dan heb je ook niets om je achter te verschuilen voor
het gezelschap van jezelf. Wanneer je de zee en de bomen, de dieren, de sterren, meer
gaat liefhebben dan het politiek engagement en de economische conjunctuur, dan kun je
je niet meer verbergen voor de grote verwondering. Als je de tijd gaat zien en de
stilte gaat horen, dan kun je niet meer ontkomen aan de zin van het bestaan; en dat
is zo’n schrikwekkende verantwoordelijkheid dat je wellicht zult vluchten,
terug naar wat ze het echte en belangrijke leven noemen.
Jan Gerhard Toonder in: ‘De spin in de badkuip’, geciteerd in Marten
Toonder ‘Autobiografie’.