* Braziliaanse satelliet-TV: landbouw, veelteelt, evangelisten, overheid,
commerciëlen
2010/05 - Ons huis heeft een schotelantenne. Daar zitten ruim dertig
gratis kanalen op. Dat is aardig wat, denk je dan. Ga je ze lekker langs zappen,
dan valt de oogst voor de gemiddelde burger toch erg tegen.
Op een aantal kanalen vind je veilingen voor vee (Canal do Boi, Kanaal van het Rund bijvoorbeeld) en nieuws over de landbouw, de hele dag door.
Ook zijn er diverse religieuze kanalen. Een katholieke, waar zachtaardige paters over de bijbel vertellen en een aantal evangelische. Die laatste tonen vaak wonderlijke genezingen door handoplegging, waarna de aanwezigen bijna in katzwijm vallen.
Dan zijn er verschillende kanalen van de overheid. In de wandeling worden die stations banenmachines genoemd (cabides de emprego, letterlijk: kleerhangers voor baantjes), want echt serieuze televisie is het meestal niet. Je ziet er de vergaderingen van het hoogste hof van justitie, de senaat en de kamer van afgevaardigden. Tussendoor laten die zenders soms wel verrassend goede documentaires en culturele programma’s zien.
TV Brasil is een kanaal opgezet door de huidige regering. Boze tongen vinden het een propagandazender, de regering beschouwt het als een medium om het beleid uit te leggen. Echte propaganda is het niet, maar veel wijzer word je er niet van.
Over het algemeen zijn de overheidszenders saai en kijken er weinig mensen naar.
De kanalen TV Cultura en Futura zijn aardige uitzonderingen in dit pakket. Vaak goede programma’s, vooral op het educatieve en culturele vlak.
Een sportzender toont veel wedstrijden uit de Europese competitie. De commerciële zenders verdelen de Europacupwedstrijden.
Er zitten ook een aantal gewone (commerciële) zenders ‘op’ de satelliet zoals TV Globo, Bandeirantes, Rede TV en SBT. Dat zijn commerciële stations, die sterk op de grootste gemene deler mikken. Dat betekent veel oppervlakkige show- en babbelprogramma’s en weinig goede journalistiek. Programma’s als Tegenlicht, Reporter, Zembla en dergelijke vind je in Brazilië niet of nauwelijks. Ook de journaals zijn meestal erg oppervlakkig. Dat geldt zelfs voor de 24-uurs nieuwszender. Het analytisch niveau is erg laag.
De befaamde telenovelas (soapseries) zijn soms van hoge kwaliteit, maar laten wel vaak een droomwereld zien, goede uitzonderingen daargelaten.
Wie niet van nagesynchroniseerde programma’s houdt, doet er goed aan flink wat DVD’s uit Nederland mee te nemen. Niet alle DVD-spelers in Brazilië kunnen die afspelen trouwens. Of je moet betaalde kabel- of satelliettelevisie nemen.
* Boek verschillen Portugees uit Portugal | Brazilië
online
2010/05 - Shifaizfavoire. Dicionário de português van Mario Prata
over de verschillen tussen het Portugees uit Portugal en uit Brazilië staat
hier online.
Klik op Texto completo rechtsboven op die pagina of hier en je kunt via het alfabet de verschillende lemma's vinden. Voor de liefhebbers. Geestig geschreven door een Braziliaan in Portugal.
Shifaizfavoire staat voor het feit dat de Portugezen het woord garçom (ober) niet kennen en de ober aanroepen met se faz favor, fonetisch geschreven shifaizfavoire.
* Pindakaas
2010/04 - Ik vond ze maar bekrompen, die mensen die op vakantie naar Spanje gaan met de
kofferbak vol Nederlandse aardappels, hagelslag en pindakaas. Wat de boer niet kent,
dat lust hij niet. Die lui vinden het eng om paella te eten, dacht ik
vroeger.
Eerlijk is eerlijk, als ik langer in het buitenland ben, in mijn geval Brazilië, komt er ook voor mij een moment dat ik zin heb in Holandse smaken waar ik aan gewend ben. Met name het lokale broodbeleg vind ik dan helemaal niks meer. Dan verlang ik naar Hollandse (of Franse) kaas, hagelslag van goede chocolade, speculaas en inderdaad de vermaarde pindakaas.
Een lekkere (en ongezoete) pindakaas heb ik nu in Brazilië gevonden. Pasta intregral de amendoim van het merk Inam smaakt prima. Hij is wel iets vloeibaarder dan in Nederland en plakt een beetje in de mond. Maar prima van smaak dus. Onder meer hier en hier verkrijgbaar. Nee, ik heb geen aandelen in die zaken.
Hollandse kaas is tegen flinke prijzen op sommige markten, onder meer de Mercado Municipal in São Paulo trouwens wel te krijgen.
* Modderlawines Rio de Janeiro: stadsontwikkeling hard nodig
2010/04 - Eerder vroeg ik mij af of Rio de Janeiro de miljoenen die gemoeid zijn met
grote evenementen als de wereldkampioenschappen voetbal (2014) en de Olympische Spelen
(2016) niet beter zou kunnen besteden aan het ontwikkelen van de arme stadsdelen
(favelas).
De regen van de afgelopen dagen met de daarmee gepaard gaande modderlawines en (tot nu toe) bijna tweehonderd slachtoffers in de deelstaat Rio de Janeiro onderstrepen de noodzaak tot stadsontwikkeling op pijnlijke wijze.
Zo kwam in Niteroi, een gemeente tegenover Rio de Janeiro, een helling naar beneden, die enkele tientallen huizen heeft bedolven. Naar de slachtoffers wordt nog gezocht. Het ging om een voormalige vuilnisbelt, waarop illegale bouw plaats vond. Een voormalige vuilnisbelt is zeer onstabiel, vanwege het rottingsproces van het vuilnis.
Cynici zeggen nu dat de armen daar maar niet hadden moeten bouwen, ze wisten dat het niet mocht. Het pijnlijke feit is evenwel dat de overheid in twintig jaar niets heeft gedaan om deze illegale bouw te verhinderen. Het gebied stond zelfs niet op de kaarten als risicogebied. De armen hebben meestal weinig keus, er wordt veel te weinig gebouwd in de goedkope sector.
Het gebrek aan beleid om bouw in risicogebieden, illegaal of niet, tegen te gaan, is in Brazilië wijd verbreid. Eerder dit jaar vergden modderlawines in de deelstaat São Paulo ook tientallen doden, vaak om dezelfde reden: illegale en door de overheid gedoogde bouw in risicogebieden.
In het geval van de deelstaat Rio de Janeiro blijkt de deelstaatregering ook nog eens geld dat begroot was voor stadsontwikkeling in kas te hebben gehouden.
Een groots opgezet plan om de informele wijken rond de steden van Brazilië te ontwikkelen, daar riolering en bestrating aan te leggen, risicogebieden leeg te maken en voor de bouw van alternatieve, goedkope woningen is zeer hard nodig. Brazilië kent economische groei, er zijn dus middelen voor. Waarom die besteden aan grote evenementen, die niet blijvend zijn, als er nog zo veel permanente problemen opgelost moeten worden?
* Kunst in de metro
2010/04 - In São Paulo is veel kunst te vinden in de metro. Hierboven een werk
van Maria Bonomi op station Jardim São Paulo.
Meer kunst in de metro van São Paulo
*
Wereldkampioenschappen en Olympische Spelen voor de armen?
In 2014 zijn in Brazilië (onder andere in Rio) de Wereldkampioenschappen voetbal
en in 2016 is Rio de Janeiro gastvrouw voor de Olympische zomerspelen. Is dat goed voor
de arme bevolking in de krottenwijken? Ja en nee.
Meer dan een kwart van de 471 miljoen stadsbewoners in Latijns Amerika woont in de zogenoemde krottenwijken, in Brazilië favelas genaamd, in Argentinië villas miserias. Wereldwijd wonen 827,6 miljoen mensen in dergelijke krottenwijken. Elk jaar groeit die groep met tien procent. (Cijfers gepresenteerd tijdens het Fifth World Urban Forum, The Right to the City: Bridging the Urban Divide, in maart gehouden in Rio de Janeiro.)
Overigens zijn die krottenwijken gedeeltelijk gewone, zij het ongeplande steden met stenen huizen, winkelstraten en dergelijke. Slechts een deel bestaat uit echte krotten. Zie De burgerlijke krottenwijk.
De grote evenementen in Rio de Janeiro betekenen dat er extra geïnvesteerd gaat worden. In de stadions en andere sportgelegenheden. Dat biedt werkgelegenheid, die zeer welkom is, want ondanks de gezonde economische groei van Brazilië (voor 2010 wordt meer dan vijf procent verwacht), zijn er nog steeds veel werklozen en mensen met zeer precaire baantjes. Ook in de infrastructuur worden miljoenen gepompt, bijvoorbeeld in openbaar vervoer. Goed voor de werkgelegenheid, maar de lijnen ten behoeve van de sport zullen niet noodzakelijkerwijs de routes rijden, waar het volk om verlegen zit.
Ook tijdens de evenementen zullen veel mensen werk hebben om bezoekers en atleten te ontvangen, te bewaken, te vervoeren en om de massale toeloop van eten en drinken te voorzien. Al deze werkgelegenheid en die in de bouw en infrastructuur is evenwel tijdelijk.
Ook in veiligheid wordt veel geld gestoken. Er is eindelijk een serieuze poging gaande om de favelas te heroveren op de drugsbendes, die daar vaak de baas zijn. Door permanente aanwezigheid van ‘vredespolitie’ zijn een aantal van die perifere wijken inmiddels een stuk veiliger geworden, al is de strijd nog lang niet gestreden. Daarvan profiteert ook de arme bevolking.
Er komen verder ongetwijfeld een paar sympathieke projecten met mooie public relations campagnes, er zijn allicht mensen die straks voor een aantrekkelijke prijs de onderkomens van de atleten kunnen kopen.
Ondanks deze voordelen voor de bevolking, kan ik mij niet voorstellen dat de miljoenen, die in dergelijke evenementen worden gestoken niet beter besteed hadden kunnen worden. Een creatief en grootscheeps ‘favelareconstructieplan’ en eenzelfde geconcentreerde inspanning en financiering als in deze evenementen wordt gestoken, zouden veel meer zoden aan de dijk zetten voor de armoedebestrijding. Breng water en riolen naar de perifere wijken van Rio, ga daar bestraten, geef economische impulsen en maak van de favelas echte, gezonde stadsdelen. Daar profiteren de armen veel meer van, ook op de langere termijn.
Laten we eerlijk zijn, alle mooie praatjes die we gaan horen ten spijt: grote evenementen zijn toch vooral feestjes voor hen die in goede doen zijn.
Dat neemt overigens niet weg dat de meeste Brazilianen maar wat trots zijn op het feit dat Brazilië deze wereldkampioenschappen en Olympische spelen mag houden.
* Bier in een kapotje
2010/03 - Als je in een warm land bier drinkt, wil je graag dat het bier koud is en
blijft tot je het op hebt. In Brazilië wordt bier meestal goed koud geserveerd,
maar dan nog warmt het zo snel op dat je maatregelen moet nemen.
Daarvoor zijn er omhulsels van isopor oftewel piepschuim. Die bestaan voor de flessen met 600 cl, die je veel in bars en restaurants krijgt, en voor het blikje bier. Het piepschuim voor de flessen zit vervat in een plastic buitenlaag.
Een bargrapje is om het omhulsel van piepschuim ‘kapotje’ (camisinha) te noemen. “Ober, een bier met kapotje!” Een bargrapje, ietwat ordinair dus.
* Tot op de cent nauwkeurig
2010/03 - Ook in Brazilië maakt de overheid graag reclame voor haar goede werken.
Daarbij vermeldt ze trots hoe veel geld ze wel niet investeert. Blijkbaar zijn de
boekhoudregels in Brazilië dusdanig dat het bedrag tot op de cent nauwkeurig
moet.
Op een of andere manier lijkt een investering met cijfers achter de komma kleiner dan die is.
* Vraag naar biobrandstof
bedreigt indianen
2010/03 - Guarani-indianen in de Braziliaanse deelstaat Mato Grosso do Sul leefden al
in erbarmelijke omstandigheden. Nu wereldwijd de vraag naar biobrandstof toeneemt
willen de grootgrondbezitters steeds meer land, waar de Guarani leven, in cultuur
brengen voor de productie van ethanol uit suikerriet. Survival International stuurde
een schokkend rapport over de situatie van de Guarani naar de Verenigde Naties.
Het lijdt geen twijfel dat de indianen in Brazilië vaak het onderspit delven tegen economische belangen, al dan niet verdedigd door gewapende knokploegen van grootgrondbezitters, die voor moorden niet terugdeinzen. Het overheidsorgaan dat de belangen van de indianen moet behartigen, de FUNAI (Fundação Nacional do Índio), is vaak niet competent, heeft gebrek aan middelen en is nogal eens corrupt.
Toch zit er ook een lastig dilemma in de omgang met inheemse volkeren. Zie bijvoorbeeld het fascinerende boek Rooksignalen van Ineke Holtwijk. Moet je de indianen in de blanke maatschappij opnemen, moet je ze hun eigen leven laten leiden (ze in isolement laten leven), of is er een gulden middenweg? Terecht merkt Holtwijk op dat we in het westen vaak een geïdealiseerd beeld hebben van de indianen. Zie ook De indiaan die een televisie wilde: het nieuws dat we niet krijgen.
* Braziliaanse
naïeve kunst
2010/03 - Wat is kunst? Moeilijke vraag. Uiteindelijk is het antwoord: dat wat
‘men’ als kunst ziet. Dat wordt meestal bepaald door de culturele elite.
Die culturele elite is daarbij subjectief en onder zware invloed van de smaak van de
tijd. Dat is logisch want een objectief criterium om te bepalen wat kunst is, bestaat
niet.
Bij de zogenoemde naïeve kunst is de vraag wat kunst is nog moeilijker te beantwoorden. Wanneer is een kindertekening (per definitie naïef) kunst? Hoe weet je of het naïeve schilderij dat je op de zondagse kunstmarkt op de Praça da República in São Paulo kunt kopen, kunst is en niet een in serie geschilderd standaardwerkje?
Het beste is gewoon te kopen wat je mooi vindt en de culturele elite te laten voor wat die is: elitair.
Elitair is overigens niet alleen slecht, we hebben elites ook nodig. In de juiste galerie vind je toch vaak beter werk dan op de markt. Voor Braziliaanse naïeve kunst van de nieuwe generatie kunt u tot 3 april 2010 terecht in São Paulo:
Hora do Brasil met werken van onder anderen Ana Maria Dias, Luciana Mariano,
Malu Delibo, Ernani Pavaneli, Lúcia Buccini e Mara D. Toledo.
Galeria Jacques Ardies, Rua Morgado de Mateus 579, Vila Mariana, região sul,
São Paulo - SP. Tel.: 0.xx.11.5539.7500 Maandag-vrijdag.: 10 – 18.30 uur.
Zaterdag: 10 – 16 uur
Wie niet in São Paulo is kan hier een aantal werken bekijken.
* De
‘ontdekking’ van Brazilië
2010/03 - Volgens de geschiedenisboekjes ontdekte Pedro Álvares Cabral in 1500
Brazilië. Ontdekken is een betrekkelijke, ofwel Eurocentrische term, want de
lokale bevolking, naar schatting zo’n vijf miljoen indianen (Tupi en Guarani),
wist al lang dat het gebied bestond.
Cabral moest volgens zijn instructies langs de kust van Afrika via Kaap de Goede Hoop naar Indië varen. Dat hij zo ver van zijn route afweek en in Brazilië terecht kwam, zou het gevolg zijn van geheime instructies om het land te bezetten, dat al in 1498 was ontdekt door een andere Portugees, Duarte Pacheco Pereira.
Duarte Pacheco Pereira zou in het grensgebied tussen de deelstaten Maranhão en Pará aan land zijn gegaan. Zijn ontdekking werd geheim gehouden, omdat het gebied volgens het fameuze verdrag van Tordesillas tot Spanje zou behoren. De vloot van Cabral was dertien schepen groot en hij beschikte over anderhalf duizend manschappen. Voor een ontdekkingsexpeditie is dat veel. Vandaar dat gedacht wordt dat Cabral bezit moest nemen van het reeds ontdekte Brazilië en daarna van de haven Calecut in India.
Voorts zijn er een aantal wilde, weinig overtuigende theorieën over de ontdekking van Brazilië lang vóór Cabral.
De Brit Gavin Menzies zegt dat een Chinese vloot al in 1421 de Braziliaanse kust (en andere gebieden) heeft bevaren. Tussen 1405 en 1433 hadden Chinese vloten van honderden jonken, die veel groter waren dan de caravelen van de Portugezen, reizen gemaakt naar Zuid-Oost-Azië, Oost-Afrika en Indonesië. Volgens Menzies deden ze dus ook Zuid-Amerika aan. De Chinezen stichtten geen koloniën en aan het einde van de vijftiende eeuw werd China weer een naar binnen gericht rijk. Menzies bewijzen zijn dun.
Anderen beweren dat de Vikingen, die zoals bekend rond het jaar 1000 in Noord-Amerika een vestiging hadden, tot in Zuid-Amerika zijn doorgedrongen. De nederzetting bestond echter niet lang genoeg van daaruit naar Zuid-Amerika te zijn gegaan.
Nog weer anderen, zoals Ludwig Schwennhagen, willen ons doen geloven dat de Phoeniciërs enkele eeuwen voor Christus al in Brazilië aankwamen. Volgens Schwennhagen zouden de Phoeniciers Brazilië zelfs eeuwenlang als uitvalsbasis hebben gebruikt.
Dat er ooit een Phoenicisch schip door stormen in de Amerika’s verzeild is geraakt, is niet geheel onmogelijk. Heel waarschijnlijk is het echter niet. Hun schepen waren niet gebouwd voor tochten over de Atlantische Oceaan, dus door stormen de hele oceaan over gejaagd worden lijkt vergezocht.
Dat veel van de theorieën aan fantasie ontspruiten moge blijken uit het feit dat tekens op rotsen, die eerst aan de Vikingen werden toegeschreven, volgens anderen later ineens het bewijs waren voor de Phoenicische aanwezigheid in Zuid-Amerika.
Westerse wetenschappers komen vaak tot dit soort beweringen, omdat ze niet kunnen geloven dat de sporen die ze vinden van de indianen afkomstig zijn. Die hadden veel meer beschaving dan ze zich kunnen voorstellen van ‘primitieve wilden’.